HOME

 NIEUWS
Nieuws
Agenda
Nieuwsbrieven

 ZOEKEN
Archievenoverzicht
Zoeken in archieven
DTB
Kranten
Beeldbank
Bibliotheek

 ORGANISATIE
Adresgegevens
Werkgebied
Bestuur, medewerkers
Beleidsstukken
Jaarstukken

 DIENSTVERLENING
Reserveren stukken

 LOKALE HISTORIE

 KROMME RIJN
   SYMPOSIUM


 VRIEND WORDEN?

 LINKS




Amerongen, Overberg en Elst



 



volgende
Agrarische nederzetting
De naam Amerongen komt het eerst tot ons via een geschreven bron uit het jaar 1126. Bisschop Godebald werd na een rechtszaak gedwongen de rechten op gronden in Langbroek, die door hem in ontginning waren uitgegeven, af te staan aan het Utrechtse Domkapittel. Dit was omdat de gronden precies gelegen waren tussen de domeinen van het Domkapittel, waaronder het domein Amerongen. Als nederzetting bestond Amerongen al langer en de naam is voortgekomen uit Hamer-Enge, waarbij Hamer (Amer) vermoedelijk de naam is van een oude aftakking van de Eem die in de Rijn uitmondde. Enge of Eng staat voor een geheel van gemeenschappelijke bouwlanden, wat duidelijk aangeeft dat Amerongen een agrarische nederzetting was. Een nederzetting die al honderden jaren vóór 1126 bestond; indirecte aanwijzingen duiden al op een bestaan in de achtste eeuw. De ligging op de grens van heuvelrug en lage veengebieden leverde gunstige condities op voor landbouw.

Tweeherigheid
Amerongen was tweeherig. Het viel onder de heerschappij van de proost van het Domkapittel en de leden van het geslacht Van Abcoude, die ook heren van Wijk bij Duurstede waren. De hoge heerlijkheid kwam bovendien aan de Utrechtse bisschop toe, die echter een deel van zijn rechten kwijt raakte aan de graven van Holland. In 1289 gaf graaf Floris V van Holland toestemming tot de bouw van kasteel Amerongen. Het betrof een klein stukje grond van het Domkapittel waarover Floris V, waarschijnlijk in verband met de aanleg van de Lekdijk, zeggenschap had gekregen. De rest van het kasteel werd op grond gebouwd die door de heren Van Abcoude in leen werd uitgegeven. De geschiedenis van dit kasteel en het gelijknamige dorp zijn nauw met elkaar verweven.

Versterkte huizen en kerk
Behalve kasteel Amerongen verrezen er nog vijf versterkte huizen bij Amerongen. Zuilenstein komt voor het eerst voor in het bisschoppelijk leenregister in 1381-1383. Het goed werd echter aan de heerlijkheid Amerongen onttrokken nadat prins Frederik Hendrik van Nassau het huis verwierf in 1630. De donjon Natewisch wordt indirect voor het eerst vermeld in 1270. De vleugels die in 1721 aan het gebouw waren toegevoegd, zijn weer verdwenen, maar de donjon zelf staat er nog. Bergesteijn was een leengoed van de Domproosdij en de eerste bekende belening dateert van 1392. Dit huis werd eind zeventiende eeuw gesloopt. Een ander leen van de Domproosdij was Waijenstein, dat voor het eerst in 1394 opdook. Het huis werd in 1696 bij Zuilenstein gevoegd en in de achttiende eeuw afgebroken. Het vijfde kasteel is voortgekomen uit een Gaasbeeks leen (Jacob van Gaasbeek was de laatste der Abcoudes). In 1419 kreeg een bastaard van Willem van Abcoude en Duurstede, Jan van Driebergen, een hofstede te Amerongen in bezit en bouwde aldaar het kasteel Lievendaal. Dit werd bij huis Amerongen gevoegd in 1688 en in 1690 gesloopt. De Andrieskerk van Amerongen werd waarschijnlijk in de dertiende eeuw gesticht. Vervolgens zou de kerk in 1418 zijn uitgebreid en in 1527 voorzien zijn van de toren. Na de Reformatie in 1580 werd de kerk voor de protestantse eredienst ingericht. De Reformatie in het dorp werd door de kasteelheer in gang gezet, maar veel inwoners bleven nog lange tijd katholieke gewoonten trouw.

Oorlogen
De kerk en het vredige dorp Amerongen hebben veel te lijden gehad van oorlogen. Rond 1420 en in 1427 plunderden en verbrandden de Geldersen het dorp. In 1585 vond er een groot treffen plaats tussen Spaanse en Staatse troepen, waarbij de Staatse troepen een nederlaag leden. Duizenden soldaten sneuvelden. Veldnamen als de Doodslag en Kerkhof herinneren aan de veldslag en de plek waar de gesneuvelden zijn begraven. De kerk schijnt ook een rol gespeeld te hebben tijdens de schermutseling, want hij liep veel schade op. Tijdens de Franse bezetting van 1672 verbleef koning Lodewijk de XIV één nacht op kasteel Amerongen en in februari 1673 werd het kasteel door de Fransen in de as gelegd toen de eigenaar niet over de brug kwam met de brandschatting. Ook het dorp werd in brand gestoken. Toen de Republiek in 1795 met Frankrijk in oorlog kwam, werden Engelse, Hessische en Hannoverse troepen in Amerongen ingekwartierd. Deze huurtroepen hielden huis alsof het vijandige troepen waren. Ook tijdens de Franse tijd kreeg men te maken met diverse inkwartieringen en uiteindelijk werden er Kozakken ingekwartierd. De balans van deze militaire ‘bezoeken’ was dat Amerongen nadien behoorlijk verarmd was en dat verscheidene openbare gebouwen uitgewoond en geruïneerd waren.

Economie
De Amerongers leefden van het land. Er was een aanzienlijke schapenteelt. Deze beesten werden op de heide van de Utrechtse Heuvelrug geweid. De schapenmest werd benut ten behoeve van de tabaksteelt. De teelt van tabak was vanaf de zeventiende eeuw tot in de twintigste eeuw de belangrijkste bron van inkomsten. Eind achttiende eeuw werd de heide teruggedrongen door herbebossing en nam houtvesterij een belangrijke plaats in. Het dorp toonde ondanks de vele rampen telkens weer veerkracht, vooral omdat het een goede plek voor landbouw was. Het landgoed bij kasteel Amerongen was economisch ook van belang. De eigenaren hebben een stempel gedrukt op de ruimtelijke ontwikkeling van het dorp. Het kasteel werd na een erfeniskwestie in 1557 gekocht door Godard van Reede van Saesveld. Hij was de eerste van het geslacht Van Reede van Amerongen dat nog eeuwenlang met het kasteel verbonden zou blijven. In 1674 werd begonnen met de herbouw van het kasteel en in 1680 was de ridderhofstad als een feniks in nieuwe stijl uit zijn as herrezen. Een historische dag op het huis was 28 november 1918, toen de gevluchte Duitse keizer Wilhelm II de officiële akte van troonsafstand ondertekende.

Negentiende en twintigste eeuw
Het dorp ontwikkelde zich in de negentiende eeuw gestaag met een bescheiden industrialisatie. In Amerongen wist de inlandse tabaksteelt het langst stand te houden, maar in de eerste helft van de twintigste eeuw kwam er toch een einde aan de teelt. Ruimtelijk veranderde er weinig, er vond verdichting plaats en nauwelijks uitbreiding. Met de teloorgang van de tabaksteelt verdwenen wel veel tabaksschuren. Tijdens de wederopbouw en de jaren daarna verrezen enkele nieuwbouwwijken ten noorden van de Koningin Wilhelminaweg.

De kernen Overberg en Elst
Tot 1 januari 2006 was Amerongen een zelfstandige gemeente, waaronder ook de kernen Elst (gedeeltelijk) en Overberg vielen. Sindsdien is het dorp onderdeel van de nieuwe gemeente Utrechtse Heuvelrug. Bij deze gemeentelijke herindeling is het Amerongse deel van Elst (U) bij de gemeente Rhenen gevoegd. De buurtschap Overberg ligt vanuit Amerongen gezien ‘over de Amerongse berg’. Het bestond uit verspreide bebouwing met een paar concentraties in gehuchten: De Groep, De Haar en De Dwarsberg. Het is altijd een agrarisch gebied geweest dat voortgekomen is uit veengronden en heidevelden. Laat in de negentiende eeuw is verdichting in de lintbebouwing van De Haar aan de Haarweg ontstaan. Dit is tot de kern van Overberg uitgegroeid. De Groep bleef verspreide bebouwing en aan de Dwarsweg ontwikkelde zich na WO II bebouwing voor ‘tijdelijke’ verblijven: een jeugdgevangenis en een vakantiehuisjesterrein. Elst lag evenals Rhenen aan de Via Regia. Het is altijd een klein esdorp gebleven zonder centrumvorming, pas in 1819 kreeg het een kerk. Er heeft enige verdichting plaats gevonden van de lintbebouwing langs de Rijksstraatweg, maar het is pas in recente jaren dat het dorp door nieuwbouw is uitgegroeid tot een forensendorp. Men leefde in hoofdzaak van de tabaksteelt; vooral de tabaksplantage Willem III, gesticht in 1853, was van belang door haar grootte.